Post Tagged ‘vluchtelingen’

De laatste vrijdag van november. Vandaag precies één jaar geleden. Het was koud, heel erg koud.

Ik kende Oumar nog niet. Langs Mama Fatima, Bayissa, Thomas en Younis had ik al jaren geleefd. Ik had Mamadou, Joseph, Ciraque en Tulu nooit gezien. Ben zijn hand nog niet geschud, Francois en Camara nog nooit zien lachen. Axcmed en Mohammed Ali nog nooit boos gezien. Alice had haar been nog niet gebroken, Osman was nog niet ontdekt als politicus.

Nu is alles anders. Nouja, voor mij dan. Mijn beeld van mensen is positief veranderd (daarover schreef ik eerder)
en een paar weken terug mocht ik op de Goot500 vertellen over dit moment, vandaag precies één jaar geleden:

Inger van Nes Goot500

Maar het verhaal gaat verder… (meer…)

Advertenties

Deze blog is om jou te bedanken. Omdat je me hebt verrast met je gulheid, je slimheid, je gastvrijheid. Dat je me hebt laten ervaren dat er zoveel mooie mensen in mijn samenleving wonen. Dat je me hebt laten zien hoeveel wij als burgers en individuen voor elkaar kunnen betekenen. Ik ben zo dankbaar dat onze achtergrond er vaak niet toe doet. Dat er meer is dat ons samenbrengt dan verdeelt. Omdat je mij hebt geleerd, dat geven mij niets kost. Maar veel oplevert.

——————————————————————————————————————————————————————————-

Bovenstaande kan ik niet zomaar schrijven. Het komt door jou. 

——————————————————————————————————————————————————————————-

Jij was al langs geweest in Osdorp, maar kon daar niets doen.
Je ging naar de Bunker, mee naar de Overtoom en jou werd gevraagd: “alsjeblieft, help!”
De kracht waarmee je dat deed verraste jezelf. En mij. En iedereen om je heen.

Ik vroeg op Twitter om een spoelkeuken, of 300 euro om er één te huren.
In de kerk kwam jij naar me toe. “Ben jij Inger?” En drukte zomaar 300 euro in mijn hand.
Ik was verrast en wilde je bedanken. Maar jij zei : “Dat is mijn plicht.”

Op een ochtend kwam ik in de Vluchtkerk en er was geen host.
Jij stond bij de deur met een oranje hesje. Ik vroeg: “Wil jij het dan soms doen?”
Je twijfelde geen moment. Pakte de telefoon en sleutels. En trok met een grote grijns het gele hesje aan.

 

(meer…)

Datum: 2 november, Allerzielen.
Locatie: Herdenking overleden bootvluchtelingen aan Europese buitengrenzen

Wat ik in mijn handen heb: een lijst met heel veel namen
Wat ik zie: een donkere jongen, hij praat zacht in de microfoon. De zinnen komen zonder aarzeling uit zijn mond.
Wat ik hoor:

Ik ben Solomon, 26 jaar oud. Ik ben allereerst God dankbaar dat ik nog leef. Ik zat met 72 anderen op deze boot. Kijk, hier zie je me zitten. Dat weet ik, omdat ik de enige was met een wit reddingsvest. We waren op de vlucht vanuit Libië naar Italië. En samen met 8 anderen heb ik deze boottocht overleefd.

De eerste dag ging het goed. Een marineschip gaf ons water en bisuits. Daarna viel onze motor uit. We zaten met 50 mannen, 20 vrouwen en twee baby’s aan boord. Twee weken hebben we rondgedobberd. We hadden geen eten, geen drinken. Ik dronk mijn eigen urine.

(meer…)

Tijd: Pasen 2012, 11.45. Een week na het Vreemdland Festival.
Plaats: we zitten in een kring naast de kerk, met een kopje koffie.
Weer: lentezon.

‘Ik mag Nederlander worden!’ Munir komt na de kerkdienst bij ons zitten.
Hij lacht al zijn tanden wit. ‘Ik heb een brief gekregen voor de ceremonie!’
‘Gefeliciteerd!’ Munir wordt op zijn schouders geklopt en krijgt een hand van de dominee.
‘Hoe lang heb je moeten wachten?’
’10 jaar. Maar ik heb al wel 6 jaar een verblijfsvergunning.’
‘Gaat er dan iets veranderen, mag je nu iets wat je voorheen nog niet mocht?’
‘Nee niet echt. Werken mocht ik al.’ En dan: ‘Maar ik mag nu ook stemmen!’

Met Vreemdland nog vers in mijn geheugen wil ik er alles van weten.
‘Hoe is het bij jou gegaan?’
‘Goed. Ik ben goed geholpen hier.’
‘Echt waar?’ Ik geloof hem bijna niet. ‘Maar je hebt toch 10 jaar moeten wachten?’
(meer…)

Locatie: mijn werkplek, de Diaconie van de PKN in Amsterdam.
Tijdstip: maandagochtend, 9.30.
Mijn computer is aan het opstarten. Ik heb koffie uit het café gehaald.
Door het raam kijk ik naar de zon, die schijnt in onze prachtige tuin.
‘Hallo, is hier iemand?’
Een mooi geklede vrouw verschijnt in de deuropening.

Ze loopt naar me toe en trekt een zwijgzame man mee naar binnen.
‘Ik zoek Frits van Stichting WOU,’ zegt ze. ‘Deze man heeft hulp nodig, hij is vluchteling.’
En voordat ik kan zeggen dat ik niet voor WOU werk, gaat ze verder:
‘Hij is uitgeprocedeerd, maar in hoger beroep vanwege zijn gezondheid.
Ik ben hem vannacht op straat tegengekomen, hij spreekt Perzisch en ik ook.
Kijk!‘ Ze wijst naar de zwijgzame man en zijn tas. ‘Dit is alles wat hij heeft!

(meer…)

Locatie: Schiphol. Schiphol-Oost.
Tijd: zondag, 14.10 tot 15.10.
Weer: De zon schijnt. Ik voel haar niet.

Ik sta met 41 mensen te kijken naar een hek. Op dat hek staat een tekst. Daarachter staat nog een hek. Met prikkeldraad, dat twee kanten opwerkt.

We kijken naar een gebouw met golfplaten. Naar de schaduwen van mensen voor de kleine ramen en op de binnenplaats.

De sfeer is ernstig, stil ook. De vliegtuigen maken dat we nog stiller worden. We hebben een plek opgezocht van onrecht. Een plek waar ik niets van wist.

Ik wist niet dat hier twee jongens afgelopen week een zelfmoordpoging hebben gedaan. Ik wist niet dat zij vervolgens in een isoleercel met camerabewaking zijn gestopt. Ik wist niet dat de tegels achter het hek niet in Nederland liggen. Niet onder Nederlandse wetten vallen.

(meer…)