Post Tagged ‘kerk’

Ik zoek een kerkje

Geplaatst: 1 april 2013 in Gedichten
Tags:, , , ,

Ik zoek een kerkje
Het liefste wit en stil
Waar ik naar toe kan
wanneer ik wil

Ik zoek een kerkje
Een kapelletje mag ook
Waar het ruikt naar kaarsen
En wierook

(meer…)

Advertenties


Het is alsof de kerk op een ochtend ontwaakt na een lange en onrustige winterslaap.
Ze ontwaart tussen het jonge voorjaarsgroen 100 jonge en aanstormende dominees 2.0 en duikt er samen met de media bovenop.

‘Vertel mij’, vraagt ze, ‘is er nog hoop? Willen jullie echt nog door met mij?’

Ze is in de war. Winters lang richtte ze zich op het sluiten van kerkgebouwen. Een troostende arm sloeg ze om degenen die hun gemeenschapshuis moesten loslaten. Een zetje in de rug gaf ze mensen die na lang vergaderen nu toch echt door één deur naar binnen moesten. Het was vaak verdrietig werk. En goed omgaan met de mensen die haar de rug hadden toegekeerd kon ze nog altijd niet. Door alle spanning was ze flink afgevallen.

(meer…)

Zondag, ik heb zin om naar een kerk te gaan. Eén waar veel jonge mensen zijn.
Over de drempel wordt mij vriendelijk een boekje in de handen gedrukt.
Ik kijk ik om me heen. Zie ik ergens bekenden zitten?
Van gezicht ken ik sommigen, maar echt vrienden zijn het niet.

Ik ga een beetje achteraan zitten. Om me heen wordt vrolijk gepraat.
Wat een grote en energieke club, denk ik wanneer ik rondkijk.
Mooie, veelal blanke, en hippe mensen begroeten elkaar.
Kleine kinderen rennen er vrolijk tussendoor. Een baby huilt.

De dienst begint. Naast me legt zij haar hand op zijn knie.
Hun kinderen gaan naar de kindernevendienst. Hij schuift wat dichter naar haar.
Tijdens de preek zie ik een aantal jongens een arm om het meisje naast hen leggen.
Het ziet er lief uit, al die stelletjes in de kerk.

Maar tijdens de preek vraag ik me af: zouden hier ook singles zijn?

(meer…)

Tijd: Pasen 2012, 11.45. Een week na het Vreemdland Festival.
Plaats: we zitten in een kring naast de kerk, met een kopje koffie.
Weer: lentezon.

‘Ik mag Nederlander worden!’ Munir komt na de kerkdienst bij ons zitten.
Hij lacht al zijn tanden wit. ‘Ik heb een brief gekregen voor de ceremonie!’
‘Gefeliciteerd!’ Munir wordt op zijn schouders geklopt en krijgt een hand van de dominee.
‘Hoe lang heb je moeten wachten?’
’10 jaar. Maar ik heb al wel 6 jaar een verblijfsvergunning.’
‘Gaat er dan iets veranderen, mag je nu iets wat je voorheen nog niet mocht?’
‘Nee niet echt. Werken mocht ik al.’ En dan: ‘Maar ik mag nu ook stemmen!’

Met Vreemdland nog vers in mijn geheugen wil ik er alles van weten.
‘Hoe is het bij jou gegaan?’
‘Goed. Ik ben goed geholpen hier.’
‘Echt waar?’ Ik geloof hem bijna niet. ‘Maar je hebt toch 10 jaar moeten wachten?’
(meer…)

Locatie: Marcuskerk, Den Haag.
Tijd: vrijdag 16 maart, van 10.00 tot 18.00.
Wat we doen: het symposium “Anders verder, over nieuwe vormen van kerk-zijn” bezoeken.
Wat ik mag doen: observeren. Een stukje schrijven over een werksessie ’s middags en die voorlezen.
Hierbij: dat stukje.

————————————————————————-

 Wat er aan de werksessie vooraf ging:

“Welkom in de Marcuskerk!” Ik word hier met naam en toenaam gekend.
Mijn speciale badge ligt al klaar op de tafel.
“Alstublieft.” Een plastic zakje met inhoud wordt in mijn hand gedrukt.
“U kunt daar uw jas op hangen en boven is de koffie.”

Mijn koffiekopje bestaat uit een plastic bakje en een bruine houder.
Zo krijg ik de warmte wel binnen, maar verbrand ik niet. Handig.
Stilletjes ga ik achterin zitten. Ik zie mensen praten, elkaar een hand geven.
Op de muur voor mij worden foto’s met ‘Hier gebeurt het‘ erop geprojecteerd.
Wat ‘het’ is, weet ik niet, maar het ziet er in ieder geval zonnig en vrolijk uit. (meer…)

Zondag, 16.30

Door mistige en sprookjesachtige straten, fiets ik deze middag door de stad.
Om daarna met honderden anderen in een rij te staan, buiten bij de Singelkerk.
Het is geen goed bewaard geheim meer, zoveel wordt me wel duidelijk.
Maar dat luisteren naar een Preek niet van deze tijd is, kan ik niet volhouden.

In de overvolle gang wordt de Prekende Leek van vandaag – de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan
door de Ouderling van dienst naar een rustige kamer gebracht.
Kerkenraadslid – in het gewone leven dominee – Bas van der Graaf staat daar ook en laat een papiertje zien:
Kijk, ik ga zingen in de dienst, solo. Zijn gulle lach doet de spanning niet helemaal van zijn gezicht verdwijnen.

Ik kom er niet meer in! Een sms van mijn huisgenoot: net als een vrouw, die speciaal uit Drenthe is gekomen.
De kerkzaal is vol, het eerste en tweede balkon ook. Meer dan 500 mensen rondom mij wachten af.

Wanneer ik tegenwoordig mensen op zondag te kerke zie gaan, denk ik wel eens dat zij bevoorrecht zijn, omdat het goed is om een vast moment in de week te nemen om over het bestaan na te denken, om afstand te nemen van de dagelijkse besongnes. Ik heb me laten vertellen dat Sabbat rust betekent, op adem komen, van ophouden weten. Ik ontbeer een dergelijk vast moment in de week en kom eigenlijk alleen op toevallige momenten of in vakanties aan zulke bezinning toe. Dat was een reden om deze uitnodiging aan te nemen.”

Daar staat hij dan, onze burgemeester. Ik ben nerveus, zegt hij.  (meer…)

Lokatie: een zaaltje in een verzorgingstehuis. 50 stoelen staan in rijen opgesteld.
Er staat geschreven: na de maaltijd s.v.p. uw dienblad terugbrengen naar het restaurant.
Tijd: zondagochtend 10.30-12.00.
Weer: regen. Heen en terug.
———————————————————————————————————————————————————————-

Ik stap over de drempel. Doe mijn poncho uit en ga zitten op één van de rode stoelen.
Niemand kent me hier. Niemand weet iets van me. Ik kom ongezien, onverwachts binnen.
Kijk om me heen. De rijen stoelen veranderen met de bezoekers die binnenkomen.
Bestuurbare wagens gaan van achteren naar voren. Een vrouw met een rollator komt langs zij.

Ze pakt me vast, op weg naar de stoel ernaast. Ik leun op jou, goed?
Prima, zeg ik. Zal ik een boekje voor u halen? Je bent een schat! roept ze achter me aan.
We horen het orgel. Mijn kleindochter zou nu dansen, zegt ze. Ze gooit haar armen in de lucht: kijk, zo!
Achter ons springt een jonge man uit zijn stoel. Hij beweegt heftig, giechelt en gaat weer zitten.
De dominee gaat staan. Het wordt een beetje stil om me heen. (meer…)

Locatie: een parterre in Oud-Zuid.
Tijd: voor een feestje.
Aanwezig: 1 gastheer, 1 gastvrouw, 1 kok, 2 serveersters en 35 gasten.
Gemiddelde leeftijd: 60.


Dit verbaast me, zegt hij. Hij heeft een glas wijn in zijn hand en kijkt naar de koelkast.

Ik kijk met hem mee. Zie een verzameling magneten.
Wat verbaast u?
Al deze magneten van hun reizen, zo bij elkaar.

Hij schuift een Mariabeeld naar een Hindoegod.
Verbaast het u dat ze religieuze magneten op hun koelkast hebben?
Ja. Nouja.. Ik vind het niets voor hen.
Mijn vrouw en haar broer zijn nogal anti-religieus opgevoed, snap je.

Misschien vinden ze het makkelijker te waarderen als het van ver komt, opper ik.
Hij kijkt me aan. Ik heb theologie gestudeerd, zeg ik, verontschuldigend.
Theologie? Hij verslikt zich. Mijn excuses, ik dacht dat je hier serveerde.
Dat doe ik ook.

(meer…)

Het gebouw

Geplaatst: 11 maart 2011 in Observaties
Tags:, , , ,

Lokatie: op de stoep van het gebouw, gemaakt van rode bakstenen en een toren met een klok.
Tijd: van 13.45 tot 14.00 uur op een doordeweekse middag.
Weer: zonnig en koud.

De deur van het gebouw is open.
Een man, licht gebogen over zijn wandelstok, doet het tuinhekje open en scharrelt langzaam naar binnen.
Drie minuten later komt hij, vergezeld van een organisator, weer naar buiten.
De man loopt weg, gebogen en met zijn ogen naar de grond gericht.
De organisator richt zich tot mij en zegt:
ik doe de deur op slot hoor, er komen de hele tijd zomaar mensen binnen lopen.

Vijf minuten later spreekt een vrouw, lopend naast naar fiets, me aan: het gebouw wordt toch niet afgebroken?
Ik zie allemaal steigers staan.
Ik antwoord: nee, ze zijn bezig om het gebouw te restaureren, zodat het nog een tijdje mee kan gaan.
Oh, gelukkig, reageert ze. Ze blijft even staan, kijkt op een bord met allerlei mededelingen.
Ze vraagt weer: ik kan het niet zo goed lezen, is er ook een praatgroep? Ik praat graag.

Ik loop naar haar toe, we bekijken de kleine lettertjes op het bord.
Er was gisteravond een praatgroep, ’s avonds om acht uur. Over een maand misschien weer.
Maar ik ben bang in het donker zegt ze, is er niets overdag?
Ja, op zondagochtend om tien uur zeg ik.
Maar daar zijn er zeker alleen maar jonge mensen zoals jij?

Nee hoor mevrouw, daar hoeft u echt niet bang voor te zijn. Er zijn juist heel veel mensen zoals u.
Oh, fijn. Nou misschien kom wel een keer.
Ze zwaait naar me. Ik loop naar de achterdeur.