Elk Seizoen Telt
Karel Smouter & Inger van Nes - uitgesproken op Hervormingsdag, 31 oktober 2011
Herfst
Ik loop door een mooi herfstig bos. Achter een hek opent zich een veldje met prachtig uitzicht op een meer.
Nieuwsgierig loop ik het hek door en zie een gebouw staan. Daar loop ik Gerard tegen het lijf.
Schoolklassen leren hier vliegjes kijken, hoor ik, ouderen spotten hier nachtegalen. En Gerard?
Die houdt de boel in de gaten. Niet alleen hier hoor. Ook in zijn buurt is hij bomenridder en zit hij in de wijkraad.
Word lid!, zegt hij meteen. De natuur loopt gevaar, we hebben je nodig!
Wat voor gevaren zijn er dan zoal? vraag ik Gerard. Geen antwoord.
Hij loopt weg om een tijdschrift op te halen. Die krijg je bij je lidmaatschap!
Je moet wel eerst betalen hoor. Vorig jaar hebben er 80 mensen niet betaald…
Ik vraag het nog eens: wat is die dreigende herfststorm die boven het natuurgebied hangt?
Hij schuift me een vel papier onder de neus waar ik mijn adres op kwijt kan.
En voor ik het weet, ben ik lid van de natuurvereniging van Gerard.
Dan komt het hoge woord eruit. Ehm, er zijn op het moment niet zoveel bedreigingen.
Maar ik weet zeker: als wij niet meer bestaan, komen bulldozers de boel hier platleggen.
Dan ben ik hem weer kwijt. Gerard loopt wild in de rondte door zijn gebouwtje.
Waar zijn mijn sleutels? Waar zijn mijn sleutels? Die raak ik nu altijd kwijt…
Beduusd loop ik het gebouw uit, terug de natuur in. Ik kwam voor het uitzicht, een moment van ontspanning.
Maar wat ik tegenkwam was een vrijwilliger die zo druk met beschermen was, dat hij alles om zich heen vergat.
Hij vergat zelf te genieten van zijn mooie plekje.
Ja, hij vergat zelfs zijn eigen sleutels.
Winter
Een gure wind waait door de stad. Het is zondagochtend en dan hoeft er niets. Tenminste, bij mijn buren.
Ik móet in het donker mijn bed uit, anders komen de bloemen uit de kerk niet bij de zieke meneer van Beek terecht.
Bij de kerk aangekomen, blijkt de verwarming uitgevallen.
Met onze winterjassen aan zitten we bij elkaar. Onze stemmen galmen in de grote ruimte.
Na de dienst komt Anneke naar me toe. Wat leuk dat je er weer eens bent, we hebben je al een tijdje niet gezien!
Ja, sorry, zeg ik.. Maar hoe gaat het hier?
Nou.. het gebouw moet opgeknapt worden en er wil ook niemand meer in het bestuur.
Soms weet ik gewoon niet hoe we nog verder kunnen.
Terwijl ik naar Anneke luister, wil ik maar één ding: weg.
Uitslapen op zondag en weg van de problemen rond het gebouw en overbelaste vrijwilligers.
In deze sleur vind ik het soms lastig om werkelijk te beseffen waar mijn energie van gaat stromen.
Waarom het waardevol zou zijn, om deze kerk te laten draaien.
Wat zou er gebeuren, vraag ik me stiekem af, als we vanaf nu een jaar lang alle diensten op zondag schrappen,
door de week geen vergadering meer hebben?
Dat klinkt wat radicaal, maar God zei het al tegen Mozes: Geef uzelf en het land eens in de zeven jaar één jaar rust.
Het is een sabbatsjaar dat aan God is gewijd.
God benadrukt dat mensen onbezorgd kunnen leven, wanneer zij deze sabbatical nemen.
Wat er in dat jaar ook groeit – het zál genoeg zijn voor allen, ook voor de vreemdeling.
Dit is niet zomaar een mooie belofte die God aan de mensen meegeeft.
Het is een voorzorgsmaatregel, om te zorgen dat het land en de mensen niet uitgeput raken.
Dus, stelt u het eens voor: we stoppen een jaar lang met ‘kerk zijn’.
Zou u of de samenleving iets missen – en wat dan precies?
Zou ik de lege kerk willen bezoeken of een kookclub beginnen?
Durf ik te vertrouwen dat ik daardoor energie krijg voor mijn naasten, mezelf… en God?

Lente
Het is zo’n dag vandaag, waar iedereen op een terras lijkt te zitten. Ik zie vrolijke gezichten, gericht op de zon.
Onrustig kom ik thuis. Ik moet ook de stad in, ik wil ook vrolijk kijken en bekeken worden.
Op Facebook zie ik dat de eerste foto’s al gedeeld worden: ‘Genieten van ons eerste wijntje buiten. Proost!’
De energie spat van mijn scherm af.
Deze eerste lentedag kan ik niet missen. Snel bel ik een vriend en een uur later vinden we een plekje.
Onze mobiele telefoons liggen op tafel en via what’s app, twitter en sms voegen zich meer vrienden bij ons.
Eindelijk, verzucht een vriendin, de lange winter is voorbij.
Thuisgekomen kijk ik direct op Facebook of iemand iets over ons samenzijn heeft gemeld.
Check, inclusief foto. Vind ik leuk. Even verder kijken.
Oeps, helemaal vergeten dat Thimo zijn verjaardag had. Nouja, hij zal me wel niet gemist hebben.
Met een virtuele felicitatie zuiver ik mijn geweten.
Instant contact, informatie delen en spontaniteit staan bij ons hoog in het vaandel.
We laten de leuke kanten van het leven en onszelf graag zien.
We zijn een generatie die zichzelf kan presenteren en over alles een mening heeft,
om deze direct daarna met een knipoog weer te relativeren.
In een tijd waarin de problemen in de wereld zichtbaarder zijn dan ooit,
en waarin crises zichzelf opstapelen, lijkt dit misschien vreemd.
Alsof we ons terugtrekken in een wereld van plezier en gezien worden.
Alsof we ons niet meer verbinden met alles wat de generaties voor ons hebben opgebouwd of afgebroken.
Maar waarom zouden we? De instituties van de vorige generaties hebben de problemen niet voorkomen of opgelost.
We vinden het niet zo nodig om ze kost-wat-kost overeind te houden. We beginnen voor onszelf.
Zoeken maatschappelijke relevantie op kleinere schaal en zingeving in relaties.
We zijn niet de generatie van het grote gelijk, maar van het voorzichtige vraagteken.
We voelen weinig meer bij de tegenstelling orthodox versus vrijzinnig,
maar des te meer bij die tussen betrokken versus onverschillig.
Wij zeggen: laten we de abstracties, dogma’s en systemen vergeten
Laten we het weer eens hebben over die ontregelende, ongrijpbare Jezus.
Laten we Jezus weer gaan zien als de dertiger die hij was:
een rebel in de lente van zijn leven die de instituties uitdaagde.
Die zo zijn tijdgenoten inspireerde om een beweging van liefde en rechtvaardigheid te beginnen.
Een beweging, die Mauro en zijn lotgenoten zonder twijfel in zich op zou nemen,
hen zou beschermen tegen leiders die regels boven mensen stellen.
Zomer
Laten we er niet om heen draaien: het is herfst in veel kerken en op sommige plaatsen is het al winter.
De ene kerk laat zich verlammen door herfststormen: Kunnen we het gebouw nog wel betalen?
Zou er ooit nog iemand bijkomen in plaats van weggaan?
Leden van andere kerken warmen zich vooral aan elkaar.
Wij – de nieuwe generatie – gaan de kerk heus niet afbreken.
Maar in de lente van ons leven willen we iets kunnen toevoegen of opbouwen.
We hebben ruimte nodig om de essentie van kerk-zijn zelf te ontdekken.
U zag het ook in Nu(l) Twintig: ja, we zoeken naar de zin van het bestaan.
Ja, sommigen van ons laten zich daarbij inspireren door Jezus.
En ja, dat doen we graag met anderen.
Maar we gaan geen institutie voortzetten die ons koud en onbekend voorkomt.
We willen nieuwe gemeenschappen tot stand brengen waar ons eigen stempel op staat.
Zoals Johan en Serina uit de film een tattoo op hun lichaam zetten om te tonen wie zij zijn.
Wij hebben geen toverstokjes in handen, waarmee we de herfst in een klap kunnen doen omslaan in de zomer.
Maar wie naar de natuur kijkt weet het zeker: het word altijd weer lente en er breken straks zonniger tijden aan.
Sterker nog, we zien al op zoveel plaatsen de zon in deze stad en kerk doorbreken.
We mogen vertrouwen dat kerk niet enkel om de zondagochtend en de vergadering draait.
Dat het een plek mag zijn waar we genoeg zúllen ontvangen.
Waar we mogen uitrusten in plaats van alles zelf te doen.
Wij ervaren dat het christelijke verhaal dichtbij de seizoenen staat, waar de kerk en ieder mens doorheen gaat.
Dat er ruimte is voor de herfst en de moedeloosheid van de winter.
Dat we mogen bloeien als mensen, met alles wat ons is gegeven.
Dat we soms niet weten hoe het verder gaat, maar alleen vertrouwen op een nieuwe dag.
Hopend, dat we niet alleen hoeven gaan.



